Blog

Feedback geven
Waarom het niet aankomt

De juiste woorden zijn pas het begin. Wat je lichaam doet, wanneer je het zegt en hoe je reageert op weerstand bepaalt of het aankomt.

26 januari 2026 6 min leestijd Door Frank Hellendoorn

Je hebt je voorbereid. De woorden gekozen. Het moment gepakt. Je geeft je collega feedback over dat ene patroon dat al weken speelt. Halverwege je eerste zin zie je het: de kaak spant, de armen kruisen, de blik gaat naar het scherm.

Je collega luistert niet meer. En jij weet: dit gesprek is verloren.

Het patroon dat bijna iedereen herkent

Feedback geven op het werk is een van de meest getrainde vaardigheden ter wereld. Er zijn modellen voor, boeken over, workshops aan gewijd. Organisaties investeren er tijd en geld in. En toch gaat het dagelijks mis. Op kantoren, in vergaderzalen, tijdens bilateralen. Bij de koffieautomaat en in Teams-calls.

Vraag het aan tien managers en negen herkennen het: je zegt precies wat je bedoelt, maar de ander neemt het niet aan. Of erger: de ander schiet in de verdediging, wordt stil, of zegt "oké" op een toon waaruit blijkt dat er niets mee gaat gebeuren.

De reflex? Betere woorden zoeken. Een ander model proberen. De boodschap nóg zorgvuldiger formuleren.

Maar daar zit het probleem niet. Je woorden zijn waarschijnlijk prima. Het zijn de dingen eromheen die de boodschap saboteren. En die dingen zijn lastiger te zien, juist omdat niemand je erop wijst.

Denk aan een collega die je aanspreekt terwijl je net hoort dat een project vertraging oploopt. Of aan een leidinggevende die zegt dat ze "even wil sparren", maar wier hele houding zegt: ik heb al besloten wat hier het probleem is. Of aan dat feedbackgesprek op vrijdagmiddag, wanneer iedereen mentaal al op weg naar huis is.

In al deze situaties kloppen de woorden. Maar iets anders klopt niet. En dat iets anders bepaalt of de feedback landt, of afketst.

Als je woorden "ik wil je helpen" zeggen, maar je lichaam "ik ben geïrriteerd" uitstraalt, wint je lichaam. Altijd.

Trouwens, even een eerlijke vraag. Noem je dit "feedback geven"? Als iemands gedrag je raakt, je belemmert in je werk, of een grens overschrijdt, en je wilt dat er iets verandert, dan is dat geen feedback. Dan spreek je iemand aan. En aanspreken is een vaardigheid op zich. Het vraagt meer van je dan een goed geformuleerde zin.

Drie dingen die meer bepalen dan je woorden

In onze communicatietraining zien we het bij elke groep. Mensen die iemand willen aanspreken op gedrag. Ze hebben de juiste woorden, goede intenties. Maar het komt niet aan. Als we dan terugkijken naar wat er gebeurde, zijn het steeds dezelfde drie dingen.

1. Je timing was verkeerd

Je collega kwam net uit een moeilijke vergadering. Of jij was zelf nog geïrriteerd van wat er gisteren gebeurde. Het gesprek begon al op achterstand, voor er een woord was gezegd.

Wij gebruiken hiervoor een simpele check: sta jij op groen? En staat de ander op groen? Als een van de twee niet rustig, helder en ontvankelijk is, heeft aanspreken weinig zin. Dan is wachten geen zwakte, maar de slimste zet.

Dat klinkt logisch. Maar in de praktijk doen de meeste mensen het niet. Ze grijpen het eerste het beste moment, omdat ze van de spanning af willen. Die haast is precies wat het gesprek saboteert.

En eerlijk: soms is het ook niet het moment omdat jijzelf nog niet helder hebt wat je precies wilt zeggen. Je voelt irritatie, maar je weet nog niet of het een voorkeur is of een grens. Dat onderscheid maakt veel uit. Iemand aanspreken op een voorkeur voelt voor de ander als muggenziften. Aanspreken op een echte grens voelt als iets dat ertoe doet.

2. Je lichaam vertelde een ander verhaal

Je zei de juiste woorden. Maar was je non-verbale communicatie congruent met je boodschap? Je houding en je stemgebruik vertellen de ander meer dan je zinnen. Je lichaam vertelt de ander meer dan je woorden. Het verraadt hoe je je echt voelt, ook als je woorden neutraal zijn.

De ander pikt dat op. Niet bewust, maar zijn brein registreert het in milliseconden: dit voelt niet veilig. En dan gaat het schild omhoog, ongeacht hoe mooi je zin was.

Veel mensen onderschatten dit. Ze denken dat hun woorden de boodschap zijn. Maar je woorden zijn slechts de helft. De andere helft is hoe je erbij zit, hoe je klinkt, en wat je gezicht doet terwijl je praat. Als die twee helften niet bij elkaar passen, vertrouwt de ander de non-verbale versie. Dat is biologisch bepaald en daar verander je niets aan met een betere formulering.

Dit is waarom we met twee trainers werken: zodat je in kleine groepen intensief kunt oefenen met je eigen situaties. Twee trainers betekent meer persoonlijke feedback en meer oefentijd.

3. Je bleef zenden toen je had moeten luisteren

Dit is misschien wel de grootste valkuil. Je spreekt iemand aan, je ziet dat de ander reageert, en dan ga je harder zenden. Meer uitleggen. Meer context. Meer argumenten. Alsof de ander gewoon meer informatie nodig heeft om het te snappen.

Maar de ander snapt het vaak best. Het probleem zit niet in begrip. Het zit in verwerking. Aangesproken worden raakt iets. Dat kost tijd. En die tijd geef je alleen door stil te worden.

Wij noemen dit schakelen: het moment waarop je stopt met praten en begint met luisteren. Niet omdat je je punt opgeeft. Maar omdat de ander eerst ruimte nodig heeft om te verwerken wat je net zei. Pas daarna kan je boodschap landen.

Stel je voor: je spreekt een teamlid aan op het feit dat hij afspraken niet nakomt. Je hebt het rustig gebracht. Maar je ziet zijn kaak verstrakken. Hij zegt niets. De meeste mensen vullen die stilte met meer woorden. "Snap je wat ik bedoel?" of "Het is niet persoonlijk bedoeld." Maar elke extra zin duwt de ander verder weg.

Wat als je in plaats daarvan even stil bent? Kijkt wat er gebeurt. En dan zegt: "Ik merk dat dit je raakt. Hoe ervaar jij dit?" Dat is schakelen. En het verandert het hele gesprek.

Het klinkt simpel. In de praktijk is het een van de moeilijkste dingen om te leren. Vooral voor leidinggevenden die gewend zijn om te sturen en op te lossen.

Wat je morgen anders kunt doen

Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Begin met een van deze drie dingen.

Probeer dit

  1. Check je timing. Voor je het gesprek start: ben ik rustig? Baseer ik me op feiten? Is de ander nu ontvankelijk? Als een van die drie nee is, wacht dan.
  2. Let op je lichaam. Heb je een open of gesloten houding? Hoe is je stemgebruik? Past je non-verbale communicatie bij wat je zegt? Je lichaam bepaalt hoe veilig de ander zich voelt.
  3. Stop na je boodschap. Spreek de ander aan en wees stil. Niet uitleggen, niet aanvullen. Geef de ander ruimte om te reageren.

Iemand aanspreken is niet moeilijk, omdat je de verkeerde woorden kiest. Het is moeilijk omdat er zoveel meer speelt: je eigen staat, wat je lichaam doet, en of je kunt stoppen met praten op het moment dat het ertoe doet.

De volgende keer dat je iemand wilt aanspreken, pauzeer dan drie seconden. Niet om de perfecte zin te bedenken. Maar om te voelen: sta ik op groen?

Heb jij weleens iemand aangesproken op gedrag en merkte je dat het niet landde, ondanks de juiste woorden? Wat denk je achteraf dat er speelde?

Wil je hier dieper in duiken?

In onze training oefen je met je eigen situaties en krijg je real-time feedback op wat je zegt en hoe je overkomt.

Plan een kennismakingsgesprek
Frank Hellendoorn

Auteur van deze blog

Amplifier Frank Hellendoorn

Stel een vraag
3-daagse training

Communiceren met Impact

Ontdek onze 3-daagse training en ontwikkel Actie-Intelligentie in elk gesprek.

Meer informatie →